Ik zal je onder Mijn herdersstaf dwingen en je houden aan de verplichtingen van ons verbond. Wie tegen Mij in opstand komen en rebelleren, zal Ik scheiden van de anderen:

Ik zal hen wegleiden uit hun ballingschap, maar niet om hen naar hun eigen land terug te brengen. Jullie zullen weten dat Ik de HEER ben.

Luister, volk van Israël! Dit zegt God, de HEER:

Loop maar achter je afgoden aan, ga daar rustig mee door als jullie niet naar Mij willen luisteren, maar Mijn heilige naam zullen jullie niet langer met je offers en afgoden ontwijden. Want alleen op Mijn heilige berg, op de verheven berg van Israël – spreekt God, de HEER – mag het volk van Israël Mij dienen, iedereen, uit het hele land. Daar zal jullie gedrag Mij met vreugde vervullen. De kostbaarste offers, het beste wat jullie te geven hebben, moet aan Mij worden gewijd. Wanneer Ik jullie heb weggeleid bij de volken waartussen jullie nu leven, zullen jullie Mij als een geurig offer met vreugde vervullen. Ik zal jullie bij elkaar brengen vanuit de landen waarover jullie nu verstrooid zijn, en zo de volken laten zien dat Ik heilig ben. Als Ik jullie naar je land breng, het land dat Ik onder ede aan je voorouders beloofd had, zullen jullie beseffen dat Ik de HEER ben. Daar zullen jullie denken aan de daden waarmee je jezelf onrein hebt gemaakt. Jullie zullen van jezelf walgen vanwege al het kwaad dat jullie hebben gedaan. En dan, volk van Israël, als Ik met jullie doe wat past bij Mijn naam en niet wat bij jullie slechte en verderfelijke daden past, zullen jullie beseffen dat Ik de HEER ben – zo spreekt God, de HEER.”’

Loading

Lees ook deze Berichten:

Ezechiël 33:22-33 Ieder mens naar zijn daden beoor...
Ezechiël 48:23-35 3
Ezechiël 40:40-49 De nieuwe tempel 4
Ezechiël 23:45-49 Ohola en Oholiba 4
Ezechiël 40:27-39 De nieuwe tempel 3
Ezechiël 12:11-19 Een teken voor het opstandige vo...
Ezechiël 37:15-28 Eén God, één volk, één herder 2
Ezechiël 48:1-12 1
Ezechiël 20:1-12 Israël opstandig en ontrouw 1
Ezechiël 9:1-11 1
Ezechiël 15:1-8 Het hout van de wijnstok
Ezechiël 11:1-13 1
Ezechiël 35:1-15 Profetie over het Seïrgebergte en...
Ezechiël 41:13-26 2
Ezechiël 48:13-22 2
Ezechiël 19:1-14 De leeuwin en de wijnstok
Ezechiël 17:15-24 De adelaars en de wijnstok 2
Ezechiël 16:28-40 Jeruzalems ontrouw 3
Ezechiël 17:1-14 De adelaars en de wijnstok 1
Ezechiël 12:1-10 Een teken voor het opstandige vol...
Ezechiël 37:1-14 Een dal vol beenderen 1
Ezechiël 46:12-24 2
Ezechiël 16:14-27 Jeruzalems ontrouw 2
Ezechiël 32:25-32 3
Ezechiël 18:14-22 Wie rechtvaardig handelt, zal le...
Ezechiël 46:1-11 1
Ezechiël 32:1-15 1
Ezechiël 12:20-28 Een teken voor het opstandige vo...
Ezechiël 34:11-20 De slechte herders en de goede h...
Ezechiël 22:18-31 Oordeel over Jeruzalem 2
Ezechiël 16:41-51 Jeruzalems ontrouw 4
Ezechiël 31:12-18 2
Ezechiël 40:1-12 De nieuwe tempel 1
Ezechiël 7:14-27 Het einde komt 2
Ezechiël 44:11-19 Toegang tot de tempel 2
Ezechiël 24:1-14 De kookpot 1
Ezechiël 43:1-11 De verschijning van de HEER keert...
Ezechiël 47:1-12 De rivier uit de tempel 1
Ezechiël 5:10-17 2
Ezechiël 45:1-12 Verdeling van de grond 1
Ezechiël 1:15-28 Ezechiël geroepen 2
Ezechiël 44:1-10 Toegang tot de tempel 1
Ezechiël 30:1-14 1
Ezechiël 5:1-9 1
Ezechiël 27:1-19 1
Ezechiël 42:1-11 De ruimten voor de priesters 1
Ezechiël 25:1-9 Profetie tegen de volken die Israë...
Ezechiël 36:13-25 2
Ezechiël 32:16-24 2
Ezechiël 47:13-23 De grenzen van het land 2
Ezechiël 26:1-11 Profetie over Tyrus 1
Ezechiël 22:1-17 Oordeel over Jeruzalem 1
Ezechiël 26:12-21 Profetie over Tyrus 2
Ezechiël 20:26-36 Israël opstandig en ontrouw 3
Ezechiël 44:20-31 Toegang tot de tempel 3
Ezechiël 33:12-21 Ieder mens naar zijn daden beoor...
Ezechiël 7:1-13 Het einde komt 1
Ezechiël 43:21-27 De verschijning van de HEER keer...
Ezechiël 41:1-12 1
Ezechiël 23:1-16 Ohola en Oholiba 1
Ezechiël 36:1-12 1
Ezechiël 36:26-38 3
Ezechiël 4:11-17 2
Ezechiël 14:1-11 1
Ezechiël 28:16-26 2
Ezechiël 8:12-18 Visioen in de tempel van Jeruzale...
Ezechiël 10:13-22 2
Ezechiël 6:11-14 Israël getroffen door het zwaard ...
Ezechiël 6:1-10 Israël getroffen door het zwaard 1
Ezechiël 3:18-27 2
0Shares